Adriaen van Rossum en Sara
Meertens
naar
hoofdstamboom
naar
Fam Hoek-van Rossum
naar Fam de Jonge naar
Fam Koomans Poot
naar Fam Moerland-Hoek
Adriaen (Adriaan) Jansz van Rossum (Rossem) werd geboren rond 1602 te Bommenede, overleden 26 jun 1652 of 21 jul 1652 te Stavenisse.
Zoon van Jan van Rossum
Adriaen was schoolmeester te Bommenede (en Zonnemaire?), voor 1640, schoolmeester en voorzanger te Stavenisse, 1640 - 1652.
Adriaen trouwde rond 1626 met Sara Meertensdochter.
Sara werd geboren rond 1602, overleden na 1660.
Kinderen uit dit huwelijk:
Gegevens van Genealogie Dinteloord, genicom van Rossum, reconstructie doopboeken Stavenissen 1641, Johannes Wesdorp (1140), Genealogie van Elk, reconstructie huwelijken Stavenisse
Bommenede op Schouwen
Bij het horen van de naam Bommenede denkt u ongetwijfeld aan
de grote stille haven, die enkele kilometers ten Noorden van Zonnemaire aan de
Grevelingen ligt.
Het is nauwelijks voor te stellen dat Bommenede ooit een bloeiend havenstadje is
geweest. Het oude Bommenede lag niet helemaal op deze plek, maar ongeveer een
kilometer meer naar het Noorden, midden in de tegenwoordige vaargeul. Aan het
eind van de twaalfde eeuw werd het eiland Bommenede bedijkt. Het eiland werd
door het water de Sonnemere gescheiden van Schouwen.
De Sonnemere werd gezien als de grens tussen Zeeland en Holland en daarom
behoorde het eiland Bommenede tot de heerlijkheid Voorne en dus niet bij
Zeeland. Bommenede bezat een eigen parochiekerk, maar ging in de veertiende eeuw
verloren.
In 1412 werd Bommende opnieuw bedijkt, maar intussen was ook de Sonnemere (de
tegenwoordige polder Oud-Bommenede, Nieuw Bommenede en Nataarspolder) ingedijkt,
zodat Bommenede nu aan Schouwen vast zat. Desondanks bleef het een Hollandse
enclave in Zeeland, zoals Sommelsdijk een Zeeuwse enclave in Holland was.
Het nieuwe Bommenede werd een welvarend havenplaatsje. Het zag eruit als een
klein stadje, ongeveer als Brouwershaven met huisjes om de haven en de spuikomen
een forse kerk. Waarschijnlijk heeft Bommenede nooit stadsrechten gehad.
In 1571 werd Bommenede een hoge heerlijkheid met een eigen bestuur. Het lag erg
gunstig op een vooruitstekende punt in de Grevelingen, vlak bij een belangrijke
vaarweg. Dit maakte de ligging ook kwetsbaar. Bij de Allerheiligen vloet van
1570 overstroomde Bommenede en een jaar later kwam het weer droog te liggen. In
1573 werden er wallen en bastions aangelegd, want inmiddels zaten we in de
opstand tegen Spanje.
Toen de Spaanse bevelhebber Mondragon in 1573 tijdens zijn befaamde voettocht
door het Zijpe op Schouwen aan kwam, viel hij meteen Bommenede aan. Na 20
dagenhevige strijd wist hij het versterkte stadje te veroveren. De schade werd
hersteld, maar de welvaart kwam niet meer terug. De kwetsbare positie aan het
water leidde tot voortdurende schade aan de dijken en in 1684 werd het stadje
prijs gegeven en verlaten. Spoedig verzonken de resten in de vaargeul.
De bewoners bleven op het grondgebied van Bommenede wonen en vestigden zich op
het Zuidelijkste, veiligste puntje van de Heerlijkheid, namelijk aan de dijk
vlak bij het dorp Zonnemaire. Dat is nog altijd zo. De huisjes op de dijk in
Zonnemaire liggen in Bommenede en de dijk heet dan ook Dijk van Bommenede. De
Bommeneders zijn nog vele generaties lang een aparte groep gebleven binnen de
dorpsgemeenschap van Zonnemaire.
Wel kwam er nu een eind aan de vreemde staatkundige toestand. In 1687 werd
Bommenede bij Zeeland gevoegd. De Heerlijkheid bleef wel zelfstandig en in de
Franse tijd werden Bommenede en Zonnemaire aparte gemeenten. Pas in 1866 werden
ze samengevoegd.
De resten van het oude stadje moeten nog altijd op de bodem van de Grevelingen
liggen, maar omdat er een diepe vaargeul is ontstaan, zal er weinig meer van
terug te vinden zijn. Bij een duikonderzoek werden alleen wat resten van één van
de havenhoofden opgespoord.
Ad Beenhakker
website
Zonnemaire